Met schaamrood op onze wangen verontschuldigen we ons dat het weer zo lang geduurd heeft... Maar om het goed te maken, zullen we jullie zeer uitgebreid op de hoogte brengen van de afgelopen 3 maanden! We hebben sinds ons laatste verslag ongeveer 13 000km afgelegd en zijn sinds kort weer aan het werk. Maar we beginnen bij het begin, daar waar ons vorig verslag eindigde (in de Grampians).
Na de Grampians zijn we terug zuidwaards getrokken en hebben we de kust gevolgd richting Adelaide. Onderweg hebben we een stop gemaakt in Mount Gambier, dat gekend staat om zijn kristalblauw kratermeer, en in Coorong National Park, waar we pelikanen zijn gaan spotten. In ons vorig verslag vertelden we dat we Kangaroo Island zouden gaan bezoeken maar dit hebben we uiteindelijk niet gedaan. Onderweg hebben verschillende mensen dit ons afgeraden wegens niet zo spectaculair en vooral heel duur voor wat het is. De meeste bezienswaardigheden hadden we elders ook al gezien en daarom hebben we dus besloten om het niet te doen en rechtstreeks naar Adelaide te rijden.
In Adelaide hebben we nieuwe banden en ruitenwissers op onze auto laten zetten zodat ons boeliet helemaal klaar was voor de grote trek door de outback. Op zich is er in Adelaide niet heel veel te zien. Het is te vergelijken met een provinciestad, een administratieve hoofdstad voor de staat South Australia met hier en daar een bezienswaardigheid. We zijn hier dan ook niet lang gebleven en zijn na enkele dagen naar de Barossa Valley gereden. Dit is één van de bekendste wijnstreken in Australië, in de wereld zelfs. De bekendste Australische wijnen komen van hier. We hebben er onder andere het wijnhuis van Jacobs Creek bezocht. Voor zij die al eens bij ons zijn komen bubbelen, dit is onze favoriete (schuim)wijn en het merk dat wij jullie meestal voorschotelen ;-)! Jacobs Creek is één van de enige wijnhuizen in de wereld dat een rode schuimwijn maakt. Wij hebben onze stoute schoenen aangetrokken en gevraagd of we er van mochten proeven ( op een nuchtere maag weliswaar :-)) en deze was overheerlijk! Spijtig genoeg verkopen ze dit niet in België, Liesbeth zou anders veel minder Cola Light drinken! :-)
Vervolgens zijn we naar de Flinders Ranges getrokken, een nationaal park aan het begin van de outback. Zoals we steeds doen, gaan we bij aankomst langs het informatiecentrum om wat informatie over de bezienswaardigheden, wandelingen en kaarten te verzamelen. Meestal zijn de Australiërs heel voorzichtig in de beoordelingen van hun wandelingen en zijn zij die als moeilijk gemarkeerd zijn altijd zeer doenbaar. Dus trokken wij al gauw onze wandelschoenen aan en met de nodige portie zelfvertrouwen begonnen wij aan een 'moeilijke' wandeling. Maar deze keer waren ze niet zo voorzichtig in hun gradaties. De eerste 4km waren vlak en gingen zeer vlot maar dan... Een drietal kilometer puur rotsklimmen! :-( Na veel puffen, zuchten en vloeken zijn we dan na 3 uur toch op het uitkijkpunt geraakt en dit was het afzien zeker waard. Het uitzicht over de Flinders Ranges was ronduit prachtig! De volgende dagen hebben we de rest van de Ranges ontdekt en hebben we onze reis door de outback voorbereid.
Op paasmaandag was het dan zover, eindelijk zijn we aan de grote trek door de outback begonnen. De outback is één grote woestijn in het midden van Australië waar er maar één weg doorloopt, de Stuart Highway. Deze verbindt Adelaide en Darwin en is maar liefst 3500 km lang met 'a whole lot of nothing in between.' Het overgrote deel van de tijd zijn er enkel zand en rotsen te zien. De hoogtepunten van de outback liggen voornamelijk in het midden van de woestijn, 'The Red Centre' genaamd. Het is hier dat de zeer gekende Ayers Rock (Uluru) terug te vinden is. Ayers Rock is één van onze hoogtepunten tot nu toe! Het was absoluut magisch om de zon te zien ondergaan op deze mythische rots en om het van kleur te zien veranderen naarmate de zon onderging! Het was iets waar we al heel lang van droomden om te bezoeken en het was het wachten zeker waard! Verder hebben we hier Kings Canyon, Alice Springs en de MacDonnell Ranges bezocht. Eén voor één de moeite waard!
Zoals we al zeiden was het "a whole lot of nothing" in de outback. Om de 250 km was er een tankstation en tussen de dorpjes (enkele huizen en 1 straat) lag er al gauw 500km. Zien dat we voldoende eten meehadden, dat we voldoende benzine hadden en dat onze banden niet zouden springen van de hitte was al een groot avontuur op zich. Ook al was het steeds rechtdoor, het was toch opletten geblazen voor wilde dieren aan de kant van de weg. Zo werden werden we op onze trektocht vergezeld door adelaars, kangoeroes, wilde koeien, wilde paarden, dingo's, wilde ezels en zelfs dromedarissen!
Naarmate we opschoven naar het boven, was het duidelijk dat we de woestijn verlieten en het omruilden voor het tropische Noorden. Geen zand en rotsen meer maar weeldige bomen en struiken. Om één of andere reden vonden we dit veel aangenamer om door te rijden. Het tropische Noorden staat gekend voor zijn toeristische trekpleisters zoals Kakadu National Park en Darwin maar er zijn ook enkele kleinere nationale parken met prachtige watervallen terug te vinden. Maar wat was het hier warm! Het was vooral de luchtvochtigheid die ons hier de das om deed. Het was soms zo vochtig heet dat we in onze auto moesten gaan zitten met de airco aan om even te bekomen. We hebben het tropische Noorden dan ook in een versneld tempo afgelegd om zo snel mogelijk aan de hitte te kunnen ontsnappen.
Ondertussen waren we al 1.5 maand aan het reizen en vonden we het tijd om richting het Oosten te trekken. Om jullie een idee te geven, vanuit Darwin was het weer 2500km rijden tot aan de oostkust en hebben hier 5 dagen over gedaan. 1000 km zuidwaarts, dan links afslaan en dan weer 1500km rechtdoor. Niet echt boeiend maar deze rit zal ons toch voor altijd bijblijven. Het is namelijk op dit stuk dat we een heuglijk telefoontje kregen van het thuisfront: Tibo was geboren! We waren op dat moment ter hoogte van Mount Isa, een mijnstad in de outback van Queensland, en zijn hier een dagje langer blijven hangen zodat we zouden kunnen skypen met de familie op de materniteit. :-) We hadden in januari een doos met typisch Australische cadeautjes opgestuurd naar de ouders van Annelies met de vraag of zij dit konden overhandigen aan Greet en Jeroen bij het eerste bezoek aan de nieuwe aanwinst in de familie (waarvoor nogmaals bedankt, Hugo en Lieve;-))! Via skype werd Tibo uitvoerig geshowd, werd onze "Ozzie box" afgegeven en opengemaakt en vloeiden er enkele traantjes langs beide kanten van het gesprek! :-)
Op 27 april zijn we dan aangekomen in Towsnville en omdat onze centjes in de outback gebleven waren, zijn we direct gestart met de zoektocht naar werk. Dit liep echter niet zo vlot als de vorige keren. Omdat het niet voldoende geregend had in het natte seizoen waren de groenten en het fruit nog niet rijp, kon er nog niet geoogst worden en was er dus nog geen werk in de regio. We hebben onze zoektocht dan wat uitgebreid en kregen na een kleine drie weken een verlossend telefoontje. We mochten aan de slag als onkruidwieders op een organische kruidenboerderij! Klein detail: de boerderij was 1000km ten Zuiden van Towsnville. :-) Dus pakten we al gauw onze tent in en reden we in 2 dagen naar Biloela. Bij aankomst had onze boer een aangename verrassing in petto. Hij had een oude caravan beschikbaar waar we in mochten logeren als we wilden. Hier moesten we uiteraard niet lang over twijfelen! Aangezien het hier donker is om 18u, de winter voor de deur staat en na zes maanden in een tent vonden we het een héél fijn idee om licht, een ijskast en een verwarming te hebben! :-) De eerste dagen waren we zo gelukkig dat we constant tegen elkaar zeiden: "amaai, wat een luxe" en "we nemen licht en een ijskast toch niet meer als zo vanzelfsprekend".
We zijn hier reeds vier weken aan het werk en hebben onze draai hier goed gevonden. We hebben 3 Ierse meisjes leren kennen met wie we heel goed overeen komen en ook met onze bazen en zijn familie kunnen we goed opschieten. Er zijn hier namelijk 3 huizen op de boerderij, één van onze baas Trevor en zijn vrouw Joy, één van zijn zoon Jamie en Belgische vrouw Edith en het derde huis is van Trevors zus Lynn en haar man Jock. Ze zijn allemaal actief op de boerderij (behalve Jock), een echt familiebedrijf dus. Elke woensdag wordt er 'humpday' gevierd. Humpday is eigenlijk gewoon vieren dat de week halfweg is en dat het weekend in het zicht is. "it only goes downhill from here" volgens Lynn. Er worden dan allemaal hapjes en drankjes voorzien en wij proberen telkens iets Belgisch/Europees mee te brengen. We gaan dit in België ook proberen in te voeren :-).
Het werk valt ook heel goed mee. in het begin hadden we wat schrik voor onze rug maar aangezien we al zittend wieden, ondervinden we geen last aan onze rug. Wel waren onze poepjes heel stijf de eerste dagen maar deze ondertussen al goed ingesmeerd! :-) Buiten onkruid wieden tussen de koriander doen we ook nog andere boerderij-jobs zoals irrigatiebuizen van het korianderveld naar het tijm - of oreganoveld, de oogst voorbereiden en mee oogsten. We springen hier mee op de traktor alsof we nooit iets anders gedaan hebben! :-) Het plan is om hier te blijven tot midden juli en dan weer verder reizen. We rijden dan weer naar het Noorden, naar Cairns, en reizen dan via de kust naar Sydney.
Voila, zo zijn jullie weer even mee. De foto's zijn ook up to date en en zijn nog steeds terug te vinden op http://picasaweb.google.com/annelies.aertgeerts
Vele vele groetjes!
Cheers,
Annelies en Liesbeth
Geen opmerkingen:
Een reactie posten